Geschiedenis van Thai boxing

onder.gif

De geschiedenis van het Thai-boxing en dus ook het Kick-boxing is sterk verweven met de historie van Thailand zelf. Het is daarom dat men voor de sport te kunnen begrijpen ook iets moet afweten van de geschiedenis van de Thais.


Toen de Thais het toenmalige Siam binnendrongen was het land al bewoond door de Mon en de Khmer. De Mon bereikten de centrale vlakte van Thailand rond de eerste eeuwen vanuit Birma, maar de Khmer trokken verder en vestigden zich in het huidige Cambodja en in het oosten van Thailand.
De Mon brachten het rijk Dvaravati tot grote bloei. De hoofdstad was Nokhon Pathom, gelegen ten westen van Bangkok (=Krung Thep) en de Mon gaven het ook nu nog aangehangen "Theravada Boeddhisme" nieuwe impulsen.


In de 11e eeuw vielen de Khmer, een echt oorlogsvolk, de centrale vlakten binnen en onderwiepen de Mon. De hoofdstad van het rijk werd Lopburi. Omstreeks die tijd trokken de Thais, die een lange reis vanuit Zuid-China achter de rug hadden, Thailand binnen.


Deze Thais waren afkomstig uit de Chinese provincie Yunnan, waar zijn in 651 een autonoom koninkrijk hadden gesticht (Nanchao). Maar nog steeds niet tevreden en onder druk van de steeds weer opdringende Chinezen besloten grote groepen Thais uit dit gebied weg te trekken om elders een veilig onderkomen te vinden. De Thais trotseerden vele gevaren en voerden vele oorlogen, maar hun trektocht had toch ook positieve kanten. Door hun kennismaking met vele verschillende volkeren bereikte hun kennis van de natuurgeneeswijzen een zeer hoog niveau. Deze kennis is ook heden ten dage nog volop aanwezig en wordt nog steeds in praktijk gebracht. Voorts werden de Thais experts in het gebruik van allerlei wapens en ontwikkelden zij voor hun krijgers een systeem van ongewapend vechten. Dit gevechtssysteem is opgebouwd uit vele andere op hun trektochten gevonden technieken, kunsten, die uitgebreid werden met eigen inzichten en ervaringen.


Enkele eeuwen geleden gebruikte men het Thai-boksen om het leger in conditie te houden omdat er geen oorlogen meer waren. Het werd een deel van het opleidings- en vrijetijdsprogramma.
Door de nauwe contacten tussen militairen en burgers kwam de kennis van het Muay Thai ook binnen het bereik van laatstgenoemden, die op hun beurt weer aan het oefenen sloegen en de competitiestrijd met de militairen aanbonden.


Koning Pra Chao Sua schreef eveneens een boek. Dit wordt heden ten dage nog steeds als een soort bijbel in het Thai-boxing beschouwd. Het is geschreven in het Thais, werd nooit vertaald, maar wordt heden ten dage nog steeds uitgegeven.


De regels van het Thai-boxing waren simpel, maar direct. Er werd gevochten met omwikkelde handen. Deze omwikkeling of omtaping kon bestaan uit paardenleer of lappen van katoen of van een ander soort textiel, gedoopt in een bad van lijm met zand of glas.


De wedstrijden kenden geen tijdslimiet. Er werd net zo lang gevochten tot één van de boksers ging bloeden. Op dat moment bepaalde de scheidsrechter of het gevecht beëindigd werd of dat men doorging.


Het Muay Thai was geheel compleet, d.w.z. inclusief alle worpen, stoten enz... Er bestonden geen gewichtsklassen en iedereen moest zich met iedereen meten. Dat er op die manier doden vielen was uiteraard de consequentie van dit systeem, dat in 1930 radicaal veranderd en aangepast werd aan de in de Westerse wereld geldende regels. Het doel daarvan was over de gehele wereld als tak van sport erkend te worden, zodat het Muay Thai ook als Olympische sport mee zou kunnen doen. Nadat er over de gehele wereld een intensieve reclamecampagne was gevoerd, kwamen de Thais tot de ontdekking dat alle landen hun systeem wel wilden overnemen, maar dan toch wel met zodanige veranderingen dat er van het originele Muay Thai weinig zou overblijven. Om te beginnen werd in al die andere landen het ritueel, het hart van de Thais, geschrapt. Voorts werd de muziek weggelaten en in sommige landen werden zelfs bepaalde technieken geheel verboden. Ook de pogingen om dan maar als demonstratiesport op de Olympische Spelen te verschijnen hadden geen succes omdat het Olympisch Comité deze tak van sport beschouwde als niet-geciviliseerd.


Het resultaat was wel dat het Thai-boksen nu gewichtsklassen ging kennen, dat er handschoenen gedragen moesten worden, dat er vijf ronden van elk drie minuten gevochten werd, met twee minuten rust en dat een gevecht kon eindigen na het zogenoemde uittellen door de scheidsrechter.

 


Geschiedenis boksen

De geschiedenis tot 1860

De eerste getuigenissen van het vuistvechten vinden we in afbeeldingen op vazen welke omstreeks 1600 v. Chr. vervaardigd moeten zijn en gevonden op Kreta. Op een vaas uit die tijd staan enkele boksscènes afgebeeld. De figuren dragen hier helmen, mogelijk van leer, terwijl de handen evenals de onderarmen bedekt zijn. In de geschiedenis van het "oude boksen" kunnen we drie perioden onderscheiden in de ontwikkeling van de handbedekking.

 De eerste is de periode van de zachte riemen, welke vanaf de homerische tijd duurde tot het einde van de vijfde eeuw. Dit waren riemen van ossenhuid, ongelooid of ingevet om ze soepel te maken. In werkelijkheid dienden ze eerder om de knokkels te beschermen dan om de stoten zachter te maken. De vier vingers werden zodanig in een lus gelegd dat de vuist gebald kon worden. De duim was altijd onbedekt, hoewel de riem een enkele maal er apart omheen gewikkeld was. Als regel werd de riem enkele malen om de vingers en knokkels gewonden, ging dan diagonaalsgewijs over de palm en rug van de hand naar de pols, waarna de bevestiging meestal ongeveer halfweg de onderarm werd gelegd.

 De tweede periode is die van de sphairai en scherpe riemen. Deze loopt vanaf de vierde eeuw tot de latere Romeinse tijd. De zachtere riemen werden nu verdrongen door meer geduchte bedekkingen als zijnde een betere weergave van de werkelijke oorlogvoering. Deze "handschoen" bestond uit dikke banden van een of andere zachte stof welke langs de onderarm lagen en daaraan vastgebonden waren met stevige harde riemen tussen duim en vingers door. Het bevestigen van deze sphairai was moeilijk en koste veel tijd. Al snel volgde nu de vinding van een handschoen, welke vlugger aangetrokken kon worden. Deze handschoen bestond uit twee delen, een handschoen en een hard leren ring rond de knokkels. De handschoen reikte bijna tot de elleboog en eindigde in een dikke strook vacht die diende om de arm te beschermen. De handschoen zelf schijnt bekleed geweest te zijn. De einden van de vingers van de handschoen waren afgesneden en aan de binnenkant was een opening. Op de knokkels lag een dik kussen, wat de ring belette te glijden. Deze ring werd gevormd door drie tot vijf repen hard leer door smalle riemen tezamen gebonden en op zijn plaats gehouden door riemen die rond de pols bevestigd waren. Bij de Grieken zijn waarschijnlijk geen andere handschoenen gebruikt.

 De derde periode is die van de Romeinse caestus. In afbeeldingen van de caestus schijnt de hand omsloten te zijn door een harde bal of cilinder met aan de rugzijde ervan een getand uitsteeksel, dat soms de vorm had van twee of drie punten. De arm was beschermd door een bekleedde mouw, die bijna tot de schouder reikte en welke gewoonlijk gemaakt was van een huid of vacht met de ruwe zijde naar binnen gekeerd en met riemen bevestigd,

Deze ontwikkeling van de handbescherming ging gelijk op met die van het professionalisme en wel voornamelijk onder invloed van de Romeinen met hun opvattingen van sport. De Romeinen hadden ook hun spelen, doch deze dienden uitsluitend tot vermaak van de toeschouwers. De spelers waren slaven of huurlingen. Tijdens het Romeinse keizerrijk ontstond een geweldige ontwikkeling van het beroepswezen. De strijders trachten elkaar door worstelen, stoten of schoppen op de grond te krijgen, zodat er meer van een ‘vuist-worstelkamp’ sprake was. Dit was ook in de Engelse ‘Prizefights’ het geval hoewel dan de wedstrijd onderbroken werd.

Bij de Grieken lag het accent op de deelnemers wat vooral in de reglementering tot uiting kwam.Er was geen ring, en daarom geen kans om de tegenstander in een hoek te drijven of hem in een gevecht tegen de touwen op te dringen. Dit leidde tot het ontgaan van het gevecht op korte afstand en tot een verdedigende en afwachtende tactiek. Er was geen sprake van ronden, het was een ‘fought to finish’.Het gevecht ging door tot een van beiden zijn nederlaag erkende door zijn hand op te steken. Er bestond geen regel die verbood te stoten wanneer de tegenstander neer was.

Men kende geen gewichtsklassen, zodat tenslotte het boksen het monopolie werd van de zwaargewicht. Het Griekse boksen dat aanvankelijk verliep met snel voetenwerk en variatie in aanval, ontwijken, duiken en slippen, werd nu statisch en langzaam. Ook bij de Grieken breekt de tijd van "daden zonder gevaar zijn eerloos" aan (Pindarus leerdichter). Het verval en daarmee de val van het boksen is dan begonnen.

Vanaf het begin heeft het boksen een plaats gehad op de Griekse spelen waarvan de Pythische, Nemeïsche, Isthmische, Pan-Atheneïsche en de Olympische Spelen de belangrijkste waren.

Het programma van de eerste Olympische spelen in 776 voor Chr. bevatte naast wagenrennen, hardlopen, discus en speerwerpen, worstelen, ook boksen. De eerste overwinnaar waarvan melding wordt gemaakt is Omastus in 688 v. Chr.

Na deze periode duikt het boksen weer op in Engeland in de 18e eeuw. Hier ontstaat de 'Prize Ring' in de school van James Figg, die zich in 1730 uitriep tot kampioen van Engeland. Er werd gebokst met blote vuisten, het waren all-in fights.

Met Jack Brouthon, een leerling van James Figg, kwamen in 1743 de eerste regels. Hij wordt de vader van het Engelse boksen genoemd. De bloeiperiode van de Prize-Ring bereikte haar hoogtepunt rond 1785. Het boksen had toen de aandacht van adel, vorsten en publiek. De gevechten speelden zich voornamelijk af in de open lucht. De ring had een afmeting van 24 voet met daarom heen een grotere ring voor helpers en vrienden. Er waren twee scheidsrechters die vaak nog een jurylid aanwezen voor het bepalen van de uitslag. De wedstrijd eindigde wanneer een van beiden opgaf of verslagen was. Een ronde eindigde wanneer een van beiden door een stoot of worp neer ging. Dan was er een pauze van 30 seconden, waarna de boksers nog 8 sec. kregen om de scratch te bereiken. De scratch was een vierkant in het midden van de ring met zijden van een yard. Soms werden aangeslagen boksers door hun helpers naar de scratch gedragen.

Het verval van de Prize Fight liet nu ook niet lang meer op zich wachten. Opzettelijk verliezen voor geld kwam herhaaldelijk voor. Ten gevolge van wedstrijden met dodelijke afloop werden rechtzittingen gehouden, waarna het boksen verder in het geheim plaats moest vinden.

In 1860 introduceerde de markies van Queensberry zijn nieuwe regels. Hier begint de periode van "glove fighting". De boksers werden ingedeeld in drie gewichtsklassen: licht-, midden- en zwaargewicht. Alle worstelen werd verboden en de partijen bestonden uit een vast aantal ronden van een bepaalde tijd. Het waren nu geen ‘finish-fights’ meer (twee ronden van 3 en een ronde van 4 minuten). De beoordeling geschiedde door een scheidsrechter en twee touwrechters. Met deze zgn. "Friendly Glove Contests" werd de basis voor het moderne boksen gelegd.

Adres

Sportlocatie: Gymzaal Wolfert Dalton
Argonautenweg 55
3054 RP Rotterdam
E-mail: info@spidergym.net
Mobiele nummer: 06 18 73 60 72 Yufen
E-fax: +31(0)84 738 5237

Tijd voor vechtsport